Mag een waterleidingbedrijf de levering van naw-gegevens weigeren te leveren op grond van de AVG?
Het klinkt misschien vanzelfsprekend, maar PWN (Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland) meende van wel. Met een beroep op de AVG weigerde het bedrijf naw-gegevens van contracthouders te verstrekken aan de heffingsambtenaar. Uitvoeringsorganisatie Cocensus ging daarop naar de rechter. Een ongebruikelijke stap, maar een effectieve, zo bleek.
Wat speelde er?
Op grond van het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing zijn waterleidingbedrijven verplicht gegevens te leveren aan de heffingsambtenaar. Denk aan waterverbruik en contracthoudersinformatie, belangrijk bij het vaststellen van gebruikssituaties, belastingplicht, heffingsgrondslag en (dus) een juiste aanslag voor onder meer de rioolheffing. Zo belangrijk dat het waterleidingbedrijf als informatieplichtige in het besluit terechtkwam en wel in relatie tot de OZB/RZB, forensen- en toeristenbelasting, precariobelasting, rioolheffing en de rechten van art. 229 Gemw.
PWN stelde dat de contracthouder niet altijd de gebruiker is en dat de heffingsambtenaar die gegevens daarom niet nodig heeft voor diens taakuitvoering. En dus: geen verstrekking.
Wat oordeelde de rechter?
Op 24 februari 2026 deed de voorzieningenrechter uitspraak: de gegevensuitvraag van de heffingsambtenaar is proportioneel. PWN mag de naw-gegevens van de contracthouder niet achterhouden.
Belangrijke uitkomst: het is de heffingsambtenaar die – binnen de kaders van het Besluit – bepaalt welke gegevens nodig zijn voor de taakuitvoering en niet de informatieplichtige. Een informatieplichtige kan de verplichtingen die volgen uit het Besluit niet zelfstandig beperken.
Wat betekent dit?
De uitspraak is een opsteker voor de werking van het Besluit en een bevestiging van de noodzaak dat de heffingsambtenaar bepaalt welke gegevens nodig zijn voor de taakuitvoering van dit bestuursorgaan en niet iemand anders.
Nu vanuit de waterleidingbedrijven wel het signaal is afgegeven dat zij gegevens leveren die in beginsel te beschermen zijn, is het aan de heffingsambtenaren te zorgen dat die gegevens niet voor andere doeleinden worden ingezet dan waarvoor zij verzameld zijn: de heffing van gemeentelijke belastingen. Het waterleidingbedrijf kan nog in hoger beroep, maar waarom zouden zij? Met deze uitspraak in de hand kunnen zij contractanten wijzen op de verplichting tot verstrekken en de handen in onschuld wassen.